All posts by dock20

Walk your Talk 

What is it?

A learning journey of 5 days, 20 students, professional coaches, a provocative and in-depth program, exciting locations, meetings, confrontations.
Walk Your Talk is about personal leadership: about shaping your own life and he will and courage to sail your own race.

For whom:

Students who want to spend a week discovering their learning goals and aspirations for their future prior their study.

Ontwerpen van betekenisvol onderwijs | 5 tips voor docenten

En in dit onderwijssysteem zit een grote uitdaging: terwijl we leiders wensen -studenten die eigenaarschap nemen over hun eigen leren en ontwikkeling en hun creativiteit ontwikkelen- creëert het onderwijssysteem nog te vaak volgers. Dit ondanks prachtige programma’s en goedwillende docenten. Ik denk dat de oorzaak hiervan ligt in 3 gebieden.

  1. systemisch. Het huidige onderwijssysteem heeft zijn wortels in de industriële revolutie. Het systeem is sindsdien qua inrichting niet wezenlijk veranderd. Eén van Sir Ken Robinson’s stellige uitspraken is dat het huidige onderwijssysteem de vanzelfsprekende aanwezige creativiteit bij kinderen doodt. (zie hier zijn TED-talk over dit onderwerp).
  2. cultureel. Al werkt de docent niet meer zo geïsoleerd als vroeger, ik zie nog steeds geen vanzelfsprekende cultuur waarbij docenten van en met elkaar leren en het onderwijs co-creëren. Ook de relatie tussen docent en student is vaak nog hiërarchisch: de docent als expert en de student als leek.
  3. inhoudelijk. In gesprekken met docenten in het hoger onderwijs, hoor ik een grote wens om meer kennis te krijgen van het ontwerpen van goede en betekenisvolle leerprocessen. De huidige (post-)initiële lerarenopleidingen besteden veelal op fragmentarische wijze aandacht aan curriculumontwerpvaardigheden (Nieveen & van der Hoeven, 2011). In het actieplan van het Ministerie van OC&W “Leraar 2020-Een krachtig beroep” wordt dan ook de wens geuit om de ontwikkelvaardigheden van leraren te versterken.

Elk van deze gebieden is een verdieping waard. Ik heb ervoor gekozen om in dit artikel vooral in te gaan op het laatste: Hoe ontwerpen we betekenisvolle onderwijsprogramma’s? Ik denk dat de sleutel voor goed onderwijs ligt in het ontwerpen van programma’s die de student uitdaagt om zichzelf te leren kennen en zo te ontdekken wat zijn leervragen zijn. Dit beeld staat haaks op het frontale onderwijs dat we allemaal zo goed kennen.

Al die stemmen!

Ik denk hierover na zittend in het prachtige regenwoud van het Braziliaanse eiland Ilha Grande. Tijdens deze reis gun ik mezelf sinds lange tijd de ruimte om inspiratie op te doen en me te bezinnen. Ik merkte tijdens de eerste week van mijn reis dat ik weerstand voelde. Ik voelde me schuldig dat ik de tijd voor mezelf nam. Ik heb mezelf aangeleerd dat ik mezelf nuttig moet maken. En dat was ik hier niet aan het doen. Toen deze stem na een tijdje naar de achtergrond verdween en ik echt kon gaan genieten, ben ik deze en andere stemmen en overtuigingen gaan onderzoeken. We zitten er vol mee! “Je moet jezelf nuttig maken, je gedragen, niet teveel spelen, niet je gevoelens tonen”, etc. Allemaal stemmen die we ons hebben eigengemaakt, uiteindelijk om geaccepteerd te worden en mee te kunnen doen in de maatschappij. Ik zeg hiermee niet dat deze stemmen niet behulpzaam zijn. Integendeel, ze kunnen heel nuttig zijn in onze interactie met anderen en in specifieke situaties. Maar als een stem een overtuiging wordt, doen we een deur in onszelf dicht en maken we onze comfort-zone weer een beetje kleiner.

Where the magic happens

Het onderwijssysteem werkt -vaak onbewust- mee om nog meer deuren te sluiten: studenten mogen meestal niet te creatief omgaan met opdrachten, ze mogen vaak slechts op één manier laten zien dat ze het geleerde beheersen en het wordt niet altijd op prijs gesteld dat ze de aangeboden kennis ter discussie stellen. Studenten hebben goed geleerd om zich te conformeren aan dit systeem, omdat het de enige manier is waarop ze de eindstreep kunnen halen. De paradox is dat de wereld waarin ze na hun studie terecht komen vaak juist vraagt om mensen die breed denken, ondernemend zijn en zich minder conformeren.

Onderstaande afbeelding ken je wellicht: Er ligt een belangrijke taak voor het onderwijs om de kaders (weer) te helpen oprekken en zo de comfort-zone gróter te maken, zodat die magie weer onderdeel wordt van het dagelijks leven.

 

Het repertoire aan denkrichtingen en invalshoeken van onze studenten wordt zo groter. Studenten durven creatiever om te gaan met opdrachten, kunnen omgaan met conflictsituaties en laten meer eigenheid en eigenaarschap zien.

Dit vraagt om een ander ontwerp van onderwijsprogramma’s. Ik denk ook dat er meer moed voor nodig is, zowel voor de docent als voor de student. Maar het onderwijs wordt er rijker van en spannender door!

Verwelkom conflict en spel

Ik was onlangs deelnemer van de driedaagse training “Art & craft of facilitating learning spaces” bij Kaos-pilots (KP), een bijzondere business-school in Aarhus, Denemarken. KP is niet bang is om onconventionele wegen in te slaan als het gaat om onderwijsontwerp. Wat me bij de training op dag één al opviel is dat we moedwillig in conflictsituaties werden gebracht door middel van zogenaamde serious games. Er moest een gezamenlijke opdracht worden volbracht, maar iedereen had andere (geheime) instructies gekregen. Ik betrapte mezelf op frustraties richting een aantal van mijn teamgenoten. En ik was niet de enige. Na enige tijd won het groepsbelang -het volbrengen van de opdracht- en konden we over onze onvolkomenheden heenstappen. En belangrijker: er van leren door te reflecteren op het proces, elkaar en vooral onszelf. En ik besefte: Hier ligt de kiem voor zelfontwikkeling en leren.

Ik wilde dit verder onderzoeken en heb een alumnus van KP, Aurimas Razanauskas (Litouwen) geïnterviewd en gevraagd naar de rol van conflict binnen het onderwijs. Volgens hem is de kracht van KP dat je leert te navigeren tussen het mooie dat het leven te bieden heeft en moeilijke situaties die ook op je pad komen. “If you successfully go through tough times, you feel even better connected than before, both with yourself and the world”.

Hoe ontwerpen we betekenisvolle onderwijsprogramma’s?

Learning Experience Design (LX-design) is het proces dat de lerende in staat stelt om de leerdoelen te halen op een human centered en doelgerichte manier”. De student staat dus altijd centraal bij het ontwerp van een leerervaring. Op dit vlak kunnen we het curriculum van ons onderwijs enorm verbeteren. LX-design geeft een compleet beeld van hoe een goed ontwerp bijdraagt aan transformerend leren.

 

Ook in het model met Curriculumcomponenten, gevisualiseerd als een samenhangend spinnenweb (van den Akker, 2003), staat de student centraal en wordt in het centrum de vraag gesteld: ‘Waartoe leren zij?’, de bekende ‘waarom’-vraag. Alle andere componenten volgen uit deze vraag.

Mijn favoriete methode om een leerproces te ontwerpen is vanuit het model ‘Learning Arches’, ontwikkeld door Kaos Pilots. Het model gaat uit van Back-casting, waarbij het profiel centraal staat van de student die succesvol het programma afrondt. Deze student wordt beschreven aan de hand van kennis, vaardigheden en houding. Ditzelfde wordt gedaan voor de instromer. Het verschil tussen beide profielen wordt overbrugt door een cursus, les of curriculum, weergegeven door een boog met een centrale vraag (learning-arch). Deze wordt vervolgens onderverdeeld in kleinere bogen, ieder met een overkoepelende vraag, die samen de centrale vraag beantwoorden. Als je verder inzoomt wordt nagedacht over werk- en toetsvormen, die passen bij de overkoepelende vragen. Het voordeel van deze methode is dat alle onderdelen van een cursus integraal wordt ontworpen en dat de output van de ene boog input voor de volgende is.

 

 

Ik rond het artikel af met een vijftal bevindingen en tips uit mijn eigen leerproces over dit onderwerp.

  1. Ontwerp integrale programma’s (system thinking). Dit is geen lineair proces en beweegt van abstract (urgentie, principes, doelen) naar concreet (tijdspad, rollen, werkvormen), maar ook van divergerend (brainstormend, verkennend) naar convergerend (concluderend, actiegericht). Door bewust het curriculum onder te verdelen in deelvragen, voorkom je dat je aanbod een verzameling losse cursusonderdelen wordt, zonder goede samenhang.
  2. Beoordeel je studenten op een manier die bijdraagt aan hun leren. Elk onderdeel van het curriculum vraagt om een andere vorm van toetsing. Wees hier creatief in en zorg dat het aansluit bij wat je wilt dat de student leert. Zorg ook dat de toetsing onderdeel is van het leerproces en geen afrekening wordt. Ik ga er in dit artikel niet dieper op in, omdat hier nog een wereld te verkennen is en het meer verdieping verdiend.
  3. Ontwerp transformerende leerervaringen, waarin studenten dingen over zichzelf en de ander ontdekken. Soms betekent dit dat ze moedwillig in ongemakkelijke situaties terecht komen. Bij KP krijgen studenten in het begin van hun leerjaar een opdracht, die ze zonder begeleiding moeten uitvoeren. Ze worden in deze fase in het diepe gegooid en komen zichzelf en elkaar vaak tegen. Het resultaat van de opdracht is meestal niet optimaal. Na de opdracht reflecteren ze en geven ze aan waar ze aan willen werken en wat ze willen leren om het een volgende keer beter te doen. In de tweede fase krijgen ze de kennis die ze nodig hebben aangereikt en krijgen in de derde fase een nieuwe opdracht waarbij ze goed worden begeleid. Hier wordt een enorm snelle leercurve doorlopen, die echter niet altijd gemakkelijk is. En ja, dit kan ook bij de meer cognitieve vakken zoals rechten e.d.
  4. Onderzoek drijfveren van de student. Hoe kun je écht de passie van de student centraal stellen in onderwijsomgevingen met vaak duizenden leerlingen? Met het programma Hack your Education heeft Dock20 hiermee geëxperimenteerd op de Hogeschool Leiden. Studenten hebben onder begeleiding hun drijfveren onderzocht en zijn vervolgens met docenten in gesprek gegaan om deze drijfveren een plek te geven in de projecten die zij moeten uitvoeren. Door de opdracht in overleg met hun docent op onderdelen aan te passen, voelden studenten meer eigenaarschap en bleken ze vaak heel goed in staat om aan de eindtermen van de opdracht te voldoen. Hier kun je het artikel van Chris Jan Geugies lezen over dit project.
  5. Reflecteer met je studenten. Ons onderwijssysteem is enorm gefocust op het resultaat, terwijl leren vaak in het proces gebeurt. Ik pleit daarom voor regelmatig reflecteren door middel van journaling en mid-way evaluaties en het uitbreiden van ons reflectie-repertoire. Je kunt studenten op regelmatige momenten vragen om voor zichzelf een aantal vragen te beantwoorden. Bijvoorbeeld: Wat leer ik in dit proces over mezelf? wat zou ik een volgende keer anders willen doen? Wat leer ik over samenwerken? Welke kwaliteit in mezelf wil ik versterken? etc. Meestal geef ik de studenten 5 reflectievragen, die ze in 5 tot 10 minuten individueel beantwoorden. Het is een moment waarop ze naar binnengaan en zich (weer) verbinden met hun leervraag.

 

Tot slot
Onderwijs gaat volgens mij voor een belangrijk gedeelte over het vergroten en verrijken van de comfort zone van studenten. Over het stimuleren van eigenaarschap van het eigen leren en de eigen ontwikkeling. Over de kunst van stevig en toegerust in het leven staan. Over in contact komen met de magische wereld met een onbevangenheid en zorgeloosheid zoals we dat als kind kenden. Om dit te bereiken moeten we anders naar ons systeem kijken; Andere vragen stellen aan onze studenten; Andere programma’s ontwerpen. Én is de school een veilige plek waarin studenten dit zelfonderzoek met elkaar kunnen aangaan.

Wat ik écht leerde van 5 jaar docentschap

Mijn onderwijsverhaal over twijfels, hoop en overtuiging

Aanvankelijk was die vraag eenvoudig beantwoord. Voor mij is Leiden namelijk de plek geweest waar ik de techniek van het doceren onder de knie heb gekregen. Ik heb geleerd hoe je een klas een goede instructie geeft. Over hoe je activerend lesgeeft. Hoe je studenten goed begeleidt bij stage en scriptie. En hoe je een valide en betrouwbaar tentamen maakt.

Ergens in de bergen van Thailand zette ik deze docentvaardigheden op papier. Maar toen ik de laatste punt had gezet, merkte ik dat er iets ontbrak. Ondanks dat ik alle vaardigheden die ik me eigen had gemaakt op een rijtje had gezet, voelde het stuk onvolledig.

Dus stelde ik mezelf nogmaals de vraag. Wat heb ik nu écht geleerd van vijf jaar docentschap?

Langzamerhand kwam het besef. Het meest essentiële dat ik aan vijf jaar docentschap heb overgehouden is geen kennis of een vaardigheid, maar een overtuiging. En die overtuiging luidt: het kan anders.

Daarvoor moet ik terug naar mijn begintijd als docent.

Het begin

Mijn eerste jaar als docent was pittig. Ik moest me grondig verdiepen in de inhoud van de vakken die ik gaf en bereidde m’n lessen tot in de puntjes voor. Ik wilde namelijk goed voor de dag verschijnen. Veel van mijn vrije tijd ging in de voorbereiding van m’n lessen zitten. Ik wilde mijn werk als docent simpelweg zo goed mogelijk doen.

Na een jaar of twee begon het docentschap te wennen. Ik raakte vertrouwd met de rol die van mij werd verwacht: lesgeven in een klaslokaal, aan groepen van ongeveer 25 studenten, twee uur per week per klas, zeven weken lang, met een tentamen aan het einde. En hoewel die routine prettig was, begon er tegelijkertijd iets te knagen. Dit keer niet of ik de dingen goed deed, maar of ik als docent wel de goede dingen deed.

Van twijfels en hoop…

Want daar kreeg ik twijfels bij. Ik merkte dat ik steeds meer vragen ging stellen over de impact van mijn lessen en de werking van ons onderwijssysteem. Ik vroeg me bijvoorbeeld af waarom er zoveel studenten uitvallen tijdens hun studie. Waarom veel studenten school vaak zien als een plek waar je moet zijn, in plaats van waar je wilt zijn. Waarom veel studenten vaak weinig betrokken zijn en hun studie lijken te ondergaan. En ik vroeg me af waarom ik soms moe en gespannen mijn lessen inging en veel van mijn collega’s met een burn-out thuis kwamen te zitten.

Ik was op zoek naar antwoorden op die vragen. Vooral omdat ik wilde geloven dat onderwijs mooier kan zijn dan wat het nu is, zowel voor student als docent. Ik hoopte dat school een plek zou kunnen zijn waar creativiteit en bevlogenheid het winnen van consumerend studiegedrag. Waar studenten eigen initiatief tonen in plaats van volgzaam van vak naar vak hobbelen. Waar leren en ontwikkelen belangrijker is dan het scoren van studiepunten. Waar een docent geen alwetende bron van kennis hoeft te zijn, maar vooral een bron van inspiratie. Waar studenten hun docenten zien als partners om van te leren in plaats van critici van hun schoolwerk. Ik hoopte kortom dat school een plek is die – meer dan nu – bruist, inspireert en leeft.

… naar overtuiging

Misschien klinkt dat utopisch. Maar in het voorjaar van 2016 werd mijn hoop werkelijkheid. In die periode was ik betrokken bij Hack Your Education: een pilot waarin we onderwijs radicaal anders benaderden. Via negen onconventionele workshops gingen eerstejaars studenten op zoek naar hun passies, interesses en naar wat hen daadwerkelijk drijft. Die persoonlijke inzichten gebruikten studenten om een standaard projectopdracht van hun opleiding te ‘hacken’ door met een alternatief projectvoorstel te komen: een voorstel dat aansluit bij hun persoonlijke drijfveren én waarmee ze voldoen aan de competenties van de opleiding.

Dit bleek voor studenten geen gemakkelijke opgave. Ze hadden grote moeite om los te komen van wat ze altijd gewend waren, namelijk doen wat de docent je voorschrijft. Studenten waren gewend te volgen, terwijl nu eigen initiatief en creativiteit werd gevraagd. Dat is niet makkelijk als je bent grootgebracht in een onderwijssysteem dat dicteert wat, wanneer en met wie je moet leren.

Maar het lukte. En hoe. Zelden heb ik een groep studenten gezien die met zoveel plezier en motivatie aan de slag is gegaan. Studenten leerden ontzettend veel van zichzelf en met elkaar. Ze deden prachtige projecten die van echte betekenis waren. Tijdens het afsluitende evenement van Hack Your Education sprak een moeder van een student me aan. Ze zei: “Ik weet niet precies wat jullie met mijn dochter hebben gedaan, maar ga er alsjeblieft mee door. Ze is zo ontzettend gemotiveerd geraakt, zo heb ik haar nog nooit gezien.”

En nu: actie!

Deze ervaring leverde mij een ontzettend belangrijk inzicht op: de overtuiging dat het écht anders kan. Het leerde mij dat wanneer je de omstandigheden verandert, je ander gedrag terugkrijgt. Ik ben Hogeschool Leiden enorm dankbaar dat ik dat inzicht heb mogen ervaren.

Inmiddels ben ik weer terug in Nederland. Ik heb de Thaise curries en boeddhistische tempels achter me gelaten en ingeruild voor onderwijs in Nederland. Sinds dit collegejaar geef ik parttime les als trainer bij Saxion Hogeschool in mijn eigen stad Deventer. En ik werk als onderwijsvernieuwer met Dock20 aan het onderwijs van morgen.

In beide rollen word ik gedreven door dezelfde vraag: hoe creëren we een ideale omgeving om te leren? In die zoektocht ontmoet ik steeds meer inspirerende en gedreven collega’s die de status qua uitdagen. Jij ook?

Chris Jan Geugies

Docent SJD bij Saxion | Onderwijsvernieuwer Dock20 ( www.dock20.org )

Dock20 Academie

6 maanden
15 gedreven onderwijsprofessionals
1 uitdaging

De uitdaging

Geloof jij dat het anders kan in het onderwijs? Wil jij je lespraktijk echt veranderen? Wil je je horizon over onderwijs en leren verbreden? Doe dan mee met de Dock20 Academie en vergroot de veranderkracht van jou en je onderwijsorganisatie!

In de Dock20 Academie kom je onder professionele begeleiding los van je dagelijkse werk, routines en structuren. Samen met 15 gedreven onderwijsprofessionals ontwikkel je jezelf in onderwijsvernieuwing. Dat doe je door te leren, te ontwerpen, te experimenteren, te falen en te delen. Na 6 maanden heb je jouw ideale leeromgeving gebouwd én heb je energie om een blijvend verschil te maken in het onderwijs.

De opbrengst

Je leert in de Dock20 Academie over innovatieve onderwijsmethodes, ontwerpt nieuwe programma’s én experimenteert daarmee in je eigen klaslokaal. De kracht van de academie is dat de cirkel van kennis, ontwerp, experiment en reflectie zich elke maand herhaalt. Hierdoor wordt jouw onderwijspraktijk steeds beter en creëer je meer impact.

Na 6 maanden heeft de onderwijsprofessional

  • een groter repertoire aan onderwijskundige methodieken, ontwerpmethodes en innovatieve toetsvormen
  • de eigen onderwijspraktijk verbeterd door 2 tot 5 vernieuwingen aan te brengen
  • een netwerk opgebouwd van gelijkgestemden (learning community)
  • een visie ontwikkeld over hoe je op je eigen werkplek onderwijsvernieuwing kan stimuleren
  • tijd genomen om dingen goed te doen en een gave tijd gehad met gedreven collega’s

Na 6 maanden heeft de onderwijsinstelling

  • geïnspireerde en betrokken docenten (change makers).
  • nieuwe kennis over onderwijsvernieuwing, methoden en ontwerp.
  • met zorg ontworpen en uitgeteste onderwijsinnovaties.

De noodzaak

Wij zien een groeiende vraag binnen het onderwijs om het curriculum anders in te richten. Om het meer aan te laten sluiten op het werkveld, de wensen van de studenten en de kracht van docenten. Het ontbreekt aan gedeeld platform, buiten de muren van onderwijsinstellingen, waar geleerd, ontwikkeld en geëxperimenteerd wordt.

Het programma

  • Het programma start met een intensieve tweedaagse masterclass, waarin de benodigde kennis en bouwstenen voor vernieuwend onderwijs worden verzameld.
  • er zijn vijf maandelijkse leerlabs, waar nieuwe projecten en prototypes ontwikkeld worden en de deelnemers worden geprikkeld door onderwijsinnovatoren uit de hele wereld.
  • In de periodes tussen de leerlabs worden de nieuwe ideeën en prototypes uitgetest in het klaslokaal van de deelnemer.
  • Het programma wordt afgesloten met een spetterend onderwijsevenement, waar alle leeropbrengsten en onderwijsontwerpen worden gedeeld met de rest van de wereld.
  • De deelnemers ontmoeten elkaar gedurende het programma tevens in een online omgeving.

De data

Masterclass
29 en 30 november 2017

Leerlabs
17 januari 2018, 14 februari 2018, 21 maart 2018, 18 april 2018, 16 mei 2018

 Afsluitend evenement
7 juni 2018

Voor wie

  • Dit programma is open voor iedereen die een verschil wil maken binnen het onderwijs (WO, HBO, MBO): docenten, teamleiders, onderwijskundigen, onderwijsinnovatoren.
  • Er wordt geen onderscheid gemaakt in opleidingen, we verwelkomen diversiteit.
  • Het is een selectief gezelschap van 12-15 personen.
  • De deelnemer brengt een casus in, waar 6 maanden mee gewerkt kan worden.

Principes

  • We leren met en van elkaar: we werken met de wensen, wijsheid en expertise van de deelnemers.
  • In het programma wordt een balans gezocht tussen leren (hoofd), passie en reflectie (hart) en experimenteren (handen).
  • We gaan een langdurige relatie aan met elkaar en ontwikkelen zo een duurzame leergemeenschap.
  • We maken gebruik van state-of-the-art methodieken en theorieën.
  • We gaan naar buiten: we (be)zoeken inspirerende voorbeelden en plekken als voeding voor ons werk.

Kosten

€ 3.900,00 per deelnemer

Inclusief
8 trainingsdagen, overnachting 29-30 november, maaltijden, studiemateriaal, gastsprekers en excursies.

Exclusief
BTW

Inschrijving

Neem contact op met Diederik Bosscha: 06-28533481 of diederik@dock20.org

 

“Meneer, moeten we dit ook weten voor het tentamen?”

Hoe de cijfercultuur binnen het onderwijs studentmotivatie ondermijnt

 

U bent ontelbare keren becijferd. Dat begon op de basisschool door de juf of meester. Wanneer uw werk voldoende was kreeg u een mooie sticker, bij slecht werk een rode streep. Op de middelbare school ging deze exercitie in andere vorm verder. U kreeg overhoringen, maakte proefwerken en deed examen. En al deze inspanningen werden voorzien van een cijfer. Was uw werk van voldoende niveau, dan werd u beloond met een 5,5 of hoger. Was uw werk onder de maat, dan moest u herkansen.

Overal ter wereld kennen docenten cijfers toe aan hun studenten. In Nederland kennen we daarvoor het systeem van cijfers tussen de 1 en 10, waarbij een 10 uitmuntend is en een 1 zeer slecht. Bij onze zuiderburen kan je eveneens een 10 halen, alleen heb je dan geen uitmuntende prestatie geleverd. Belgische docenten geven namelijk cijfers tussen de 1 en 20. Een 10 betekent dat je net geslaagd bent. Haal je in Oostenrijk als student daarentegen een 1, dan mag je zeer tevreden zijn: in Oostenrijk is een 1 het hoogste cijfer dat je kan halen (op een schaal van 1 tot 6).

De onderwijsfixatie op extrinsieke motivators 

Ondanks de verschillen hebben al deze becijfersystemen één grote overeenkomst: het zijn allen voorbeelden van extrinsieke motivators. Extrinsieke motivatie is een vorm van motivatie die ontstaat vanuit externe prikkels. Die prikkels uiten zich vaak in de vorm van een ‘wortel’ (beloning) of ‘stok’ (straf). In het geval van cijfers: goed werk wordt ‘beloond’ met een hoog cijfer. De student heeft een voldoende gehaald en krijgt daarmee de punten voor het betreffende vak. Studenten die slecht werk afleveren worden ‘gestraft’ met een laag cijfer, geen studiepunten en daarmee de gang naar de herkansing.

En cijfers zijn niet het enige voorbeeld waaruit blijkt dat het onderwijs gefixeerd is op extrinsieke motivatie. Denk ook aan al die andere vormen die door onderwijsinstellingen worden gebruikt, zoals aanwezigheidsplichten (en daarbij behorende straffen), het bindend studieadvies, cum laude regelingen, enzovoorts. Zou ons onderwijssysteem een huis zijn, dan zijn extrinsieke motivators het fundament waarop dat huis gebouwd is.

De schadelijke waarheid achter extrinsieke motivators 

De gedachte achter extrinsieke motivators is erg simpel en daarom ook zo aantrekkelijk: beloon gewenst gedrag en je krijgt er meer van, straf ongewenst gedrag en je krijgt er minder van. Er is alleen één probleem met deze veronderstelling: het klopt niet.

Er zijn tientallen onderzoeken waaruit blijkt dat belonen en straffen averechts werkt. In 1999 zijn in een baanbrekende meta-studie al die onderzoeken over de effecten van extrinsieke motivators met elkaar vergeleken. Dat waren er 128 in totaal. De kraakheldere conclusie van de meta-studie luidde: extrinsieke motivators, doe het niet. De reden: het gaat ten koste van intrinsieke motivatie.

Intrinsieke motivatie is een vorm van motivatie dat vanuit iemand zelf komt. Deze persoon wordt niet gedreven door externe prikkels, maar handelt vanwege de intrinsieke waarde van de activiteit op het moment zelf. Oftewel: bij intrinsieke motivatie gaat het om het spel, bij extrinsieke motivatie om de knikkers.

Intrinsieke motivatie is iets nastrevenswaardigs. Zo vertonen intrinsiek gemotiveerde mensen een hoger concentratieniveau, meer creativiteit, grotere gevoelens van zelfcompetentie en leren ze op een dieper niveau. Maar de wetenschap laat dus zien dat wanneer je mensen blootstelt aan een omgeving van beloningen en straffen, de intrinsieke drive wordt aangetast. Dit dodelijke effect merken duizenden docenten dagelijks in hun klas. En het komt het beste tot uiting in wat docenten ervaren als één van de meest frustrerende vragen van een student: “Meneer, moeten we dit ook weten voor het tentamen?”

Intrinsieke motivatie is geen karaktertrek 

Toch blijven veel onderwijsinstellingen vasthouden aan cijfers, studiepunten en al die andere extrinsieke motivators. Hoe komt dat toch? Waar komt die fixatie op extrinsieke motivatie vandaan? Afgaand op mijn eigen onderwijservaringen, kan ik twee redenen bedenken.

  1. We zijn gewoontedieren. En dus accepteren we vaak de status quo. Cijfers, studiepunten, aanwezigheidsplichten, bindende studieadviezen; we hebben het ‘altijd’ zo gedaan en we kunnen ons daarom geen wereld zonder voorstellen.
  2. De tweede reden laat zich ongeveer samenvatten als: “Maar (sommige van) mijn studenten zijn nu eenmaal niet intrinsiek gemotiveerd, dus moet ik ze wel in beweging krijgen met een wortel of stok”. Extrinsieke motivators zouden in dit geval de enige mogelijkheid zijn om studenten überhaupt te motiveren aan de slag te gaan.

De tweede reden is verontrustender dan de eerste. Het gaat er namelijk vanuit dat intrinsieke motivatie een soort van karaktertrek is: je hebt het of je hebt ’t niet. Alsof sommige studenten zijn geboren met een gezonde hoeveelheid intrinsieke motivatie, terwijl anderen bij geboorte minder goed bedeeld zijn. Intrinsieke motivatie is echter niet een door god gegeven eigenschap dat is voorbehouden aan een selecte groep mensen. Iedereen heeft een intrinsieke drive om te leren, zich te ontwikkelen en verder te komen in het leven. Maar die drive moet wel worden aangewakkerd.

Autonomie, meesterschap en zingeving 

Want intrinsieke motivatie komt niet zomaar uit de lucht vallen. Integendeel. De intrinsieke drive van mensen komt pas naar de oppervlakte wanneer de omstandigheden daarvoor juist zijn. Voortbordurend op een van de meest invloedrijke theorieën die is ontwikkeld over motivatie – de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan – beschrijft Daniel H. Pink in zijn boek Drive wat die omstandigheden zijn. Volgens hem zijn er drie voorwaarden die de intrinsieke motivatie van mensen aanwakkeren. Deze zijn:

  • Autonomie: de behoefte om zelfstandig beslissingen te nemen en keuzes te maken
  • Meesterschap: de drang om steeds beter te worden in de activiteiten die we doen.
  • Zingeving: de wens om bij te dragen en onderdeel te zijn van iets dat groter is dan wijzelf

Ons onderwijs voldoet vaak niet aan deze voorwaarden. Zo is veel onderwijs volledig dichtgetimmerd. Onderwijsinstellingen hebben voor studenten bepaald wat er moet worden geleerd, hoe er wordt geleerd, waar er wordt geleerd en met wie er wordt geleerd. Er is daarmee weinig ruimte voor studenten om autonome beslissingen te nemen en intrinsiek gemotiveerd te raken.

Hetzelfde geldt voor de derde voorwaarde. Veel studenten ervaren weinig zingeving in al het schoolwerk dat zij doen. En dat is niet verwonderlijk. Studenten steken een onvoorstelbaar aantal uren in het maken van tentamens en het schrijven van papers en projecten. En zodra hun werk klaar en beoordeeld is, verdwijnt het ergens in een papierbak. Op die manier dient al het schoolwerk van studenten slechts één enkel doel: cijfers scoren om genoeg punten te verzamelen voor een diploma, een papiertje. En laten we eerlijk zijn: dat motiveert niet écht.

Maar het kan anders. En gelukkig zien we daar steeds meer voorbeelden van. Opleidingen waar studenten geen one-size-fits-all opdrachten krijgen, maar zelf kunnen beslissen hoe ze voldoen aan de doelen van het vak of curriculum (autonomie, zie bijvoorbeeld het project Hack Your Education op Hogeschool Leiden). Leertrajecten waarin niet cijfers, maar persoonlijk ontwikkeling centraal staat (meesterschap, zie bijvoorbeeld het initiatief Breekjaar). En onderwijsinstellingen die fictieve, schoolse opdrachten inruilen voor echte vraagstukken van echte opdrachtgevers (zingeving, zie bijvoorbeeld de minor Exploring Leadership van de Haagse Hogeschool).

Begrijp me niet verkeerd: ik wil geen kruistocht ontketenen tegen extrinsieke motivators. Er zit namelijk waarde in methodes die op extrinsieke wijze studenten motiveren. In het onderwijs is de balans op dit moment echter zoek. Cijfers, studiepunten en al die andere extrinsieke motivators vieren hoogtij, waardoor het aan de voorwaarden ontbreekt om intrinsiek gemotiveerd te raken.

Kortom, laten we ons wat meer bezighouden met het spel en minder met de knikkers.

Wil je doorpraten over het onderwerp van dit artikel? Kom naar de Dock20 MeetUp op woensdag 15 maart 2017. Meld je hier aan! 

Vijf studenten die motivatie vonden door hun project te hacken

In het artikel Why we should enable students to hack their education werd uitgelegd hoe studenten meer betekenis kunnen vinden in het onderwijs door hun opleiding te hacken. Letterlijk schreef ik: “We should enable our students to use their schoolwork as a resource to build their ideas rather than being a hoop to jump through to get a degree. Instead of assigning one-size-fits-all projects and assignments, we need to encourage students to meet the objectives of the class by focusing on things that are truly meaningful to them. […] Students that hack their education will find purpose in all aspects of their education. Next to getting a degree, they will use their schoolwork to build their network, find their dream job and do things that matter. All while they are at school!”

Tussen februari en april 2016 heeft op Hogeschool Leiden een Hack Your Education programma gedraaid om deze ideeën in de praktijk te testen. Via negen inspirerende workshops zijn studenten uit het eerste jaar van de opleiding HBO-rechten op zoek gegaan naar hun passies, interesses en naar wat hen daadwerkelijk drijft. Die persoonlijke inzichten hebben studenten gebruikt om een voorgeschreven project van hun opleiding te hacken.

Voor uw beeld: met dit voorgeschreven project wordt van alle studenten gevraagd om een bestuursrechtelijke analyse te maken dat wordt getoetst op zowel schriftelijke als mondelinge wijze. Concreet betekent dit dat studenten een casus krijgen en op basis daarvan een bezwaarschrift schrijven. Dit bezwaarschrift dienen studenten te presenteren in een 15 minuten durende presentatie.

Mike, Laura, Ferhat, Toeloe en Claudio waren vijf deelnemers van het Hack Your Education programma. Tijdens de workshops kwamen zij achter hun interesse voor het vluchtelingenvraagstuk. Sommige van hen waren erg begaan met het lot van vluchtelingen. Anderen waren geïnteresseerd in de persoonlijke verhalen achter de nieuwsberichten die ze hoorden op tv.

Maar hoe kun je je nu richten op het vluchtelingenvraagstuk, terwijl de opleiding van je vraagt om een bestuursrechtelijke analyse te maken dat op schriftelijke en mondelinge wijze wordt getoetst? Hun verassende antwoord: het organiseren van een galadiner voor vluchtelingen. Een diner gaf studenten namelijk de mogelijkheid om met vluchtelingen te spreken over hun huidige asielprocedure. En die informatie konden ze gebruiken om te vergelijken of de asielprocedure in de praktijk gaat zoals deze volgens bestuursrechtelijke wet- en regelgeving behoort te gaan.

En dus gingen studenten tot over hun oren gemotiveerd aan de slag. Een locatie werd geregeld, een tijdstip vastgesteld, en bij een lokaal AZC werd geïnformeerd welke vluchtelingen interesse hadden in een diner met Nederlandse studenten. Op vrijdag 15 april was het zover. In gezamenlijkheid bereidden vluchtelingen en studenten de meest uiteenlopende gerechten voor. Er werd heerlijk gegeten, verhalen werden uitgewisseld en interviews gehouden. Om een impressie te krijgen van dit bijzondere diner, zie de video hieronder:

Het diner gaf de studenten ruim voldoende informatie om een goede bestuursrechtelijke analyse te maken. Ze haalden dan ook een prachtig cijfer voor hun project (een 8,5). Maar belangrijker nog: studenten hadden het gevoel iets van echte betekenis te hebben gedaan. Bijvoorbeeld omdat sommige van hun gasten al zes maanden op alleen kant-en-klaarmaaltijden van het AZC hadden geleefd. Of omdat vluchtelingen voor het eerst een gesprek konden voeren met de inwoners van het land waar ze wellicht permanent zouden gaan wonen. Eén van de studenten vatte het kort samen: “Meneer, dit was zo’n bijzondere ervaring, het maakt me eerlijk gezegd niet zoveel meer uit wat voor cijfer we krijgen voor ons project.”

Mike, Laura, Ferhat, Toeloe en Claudio zijn gewone eerstejaars studenten die iets buitengewoons hebben gedaan. Het zijn studenten die net als ieder ander baat hebben bij betekenis in hun onderwijs. Geef studenten daarom de ruimte om die betekenis te vinden. Geef ze ruimte om hun onderwijs te hacken en op eigen wijze te werken aan de competenties van hun opleiding. Studenten zullen daarmee echt eigenaar worden van hun studie. En wanneer we daarvoor zorgen, zit er binnenkort geen consumerende student meer in onze klassen.

Why we should enable teachers to hack their education

At the law department of Hogeschool Leiden we think it is time to turn things around when it comes to how we educate our students. No longer do we accept large numbers of students dropping out in their first year. We therefore encourage and enable our students to use their schoolwork as a resource to build their ideas rather than being a hoop to jump through to get a degree. Sounds appealing? Read how students can find purpose through HACKING THEIR EDUCATION!

Suppose you are starting a new challenging job. Your first task is to write a report on how your firm can take legal action against one of its competitors. You put a lot of effort into it and when your report is finished you hand it over to your boss. He reads your findings, really likes what you have come up with, and praises you for the work you have done. After you leave his office he picks up the report, throws it in the garbage and continues whatever he is working on.

Sounds ridiculous? Well, it is. When it comes to education however, this is what happens every single day. Students spend a tremendous amount of effort in doing schoolwork. They write essays, compose reports and take exams. They think of projects, make proposals and outline papers. And when their work is done and graded, it mostly ends up being unused.

It is time to turn things around

The study load of a bachelor degree (HBO) is 6.720 hours. That equals 840 working days or 168 workweeks. Many students see the time they spend in school as something they have to do. They regard schoolwork as something that needs to be done in order to get the grade, complete the class, get the credit, and eventually to get the piece of paper. Every teacher that has ever had a student at its desk asking if a certain topic is “part of the exam” recognizes this dynamic.

Because many students focus to meet the demands of the education system, undesirable things happen. Students for example take a very “consuming” attitude, merely paying attention to what they need to know to pass the class. Or they show up being unmotivated, as they know their work is thrown away after it is graded. Although there is a significant group of students that eventually reaches the educational finish line, too many students do not. They drop out, with all the consequences that this entails.

Enable students to hack their education

At Hogeschool Leiden we have decided to turn things around. We do no longer want our students to spend 6.720 hours of work that eventually ends up being unused. No longer do we want our students to solely jump through our educational hoops. And no longer do we want students to drop out because they feel their education is not truly meaningful to them.

You might wonder: how? The answer is shockingly simple: enable students to focus their upcoming schoolwork on their personal goals and interests. Instead of assigning one-size-fits-all projects and assignments, encourage students to meet the objectives of the class by focusing on things that are truly meaningful to them. In that way we help students to see their schoolwork as a resource to build their ideas rather than being a hoop to jump through to get a degree.

When students focus their work on what matters to them on a personal level, school gets a very different perspective. We truly believe that when students align their schoolwork with what is most valuable to them, an untapped source of vitality and passion is ignited. And in this way students can truly become inspired to do what has always been avoided: homework.

By enabling students to hack their education, we are creating a culture of Purpose Driven Education. Instead of passing classes because the education system demands them to, students use that system to build their dreams. And we as teachers can help students to utilize the time they spend in school to make that dream come true.

@ Hogeschool Leiden

These are big words. At Hogeschool Leiden, students and teachers are turning these into reality. In several ways we are enabling students to find purpose through hacking their education.

Program 1 – Current student

Firstly, we have developed a ten-week program for law students who are in their first year of study. In this program students will embark on a journey of self-discovery to become crystal clear on their personal passions, goals and interests. Using those personal insights, students will design a compelling vision for their future career. They discover what drives them, they find mentors by connecting to people they professionally look up to, and students are encouraged to dream big.

Students in the program have a clear short-term goal: hack the “mainstream” project at the end of their block or semester. In presenting a quality project alternative (their education strategy), students try to convince their teacher to do a meaningful project that aligns with their goals and interests on the one hand and meets the requirements of the assigned project on the other. In other words: students persuade their teacher by explaining how they can do a different project and still meet the educational objectives that are set.

The hacked projects of our law students will be very different. A student that highly values animal rights for example, can use its legal knowledge to help strengthen animal protection. Or a student that wants to become a lawyer to defend marginalized people, can approach a law firm and do a project that contributes to a specific case. These very different projects however share one important hack-principle: they are meaningful! Both to students self and the world around them.

Program 2 – Pre-students

Hogeschool Leiden is also piloting a program for those that have applied to become law student, but are finishing their final year of school at an MBO or high school. This gives students the opportunity to experience university life at Leiden. Traditionally, there is a high dropout rate of students that start their first year of study. In this program we therefore guide students to develop their education strategy: a plan on how to hack your upcoming law education and use the education system as a resource to build and fulfill your personal ideas and interests.

Contact us!

Students that hack their education will find purpose in all aspects of their education. Next to getting a degree, they will use their schoolwork to build their network, find their dream job or start their business, build their CV, design their portfolio, and do things that matter. All while they are at school!

Are you interested in how you can enable students to take ownership and make their school more meaningful? Please contact us!

 

Chris Jan Geugies

I am a trainer and learning facilitator in heart and soul. Building learning environments that inspire, energize and connect people is what I most love to do. I am convinced everyone has an internal drive to learn and to develop. I am at my best in creating the conditions that trigger that drive.

As a trainer and entrepreneur at Dock20 I build learning experiences that change the way people think about education. I my work I constantly try to be innovative. Not because new is always better, but because I believe we can create more powerful learning experiences by rethinking what education is about. Interested? Let’s meet!

I wrote an article about my educational story which you can read here.

Movemakers

What is it?

Movemakers is a European Project on Innovation in Education (Erasmus+). It is a lab for learning and experimenting for higher education. Together with four other European countries — Estonia, Lithuania, Denmark and Germany — we explore the frontrunners in education in these countries. The project, sponsored by Erasmus+, takes from 2014-2016. The project will result in a book and a documentary.

For whom:

For educators who wants to get inspired and enrich their education practice. But also for managers in education who need bright ideas to bring their program a step ahead.

For more information, visit the Movemakers website

Host Your Hub

What is it?

Host your Hub is a yearly training, which is organised together with the Klein Haarlem foundation. Its objective is to support incubators in order to effectively harness the potential of its users.

The key questions here are: how do we make our incubator a co-creative community with significant impact? How can you best make use of its potential? How can we realise an even more attractive business climate? How can the cooperation amongst users be increased? How can more cross-pollination between tenants and users be reached? Can we increase cooperation with the municipality, educational institutions and other parties? How can we achieve more impact?

For whom:

for incubator developers and hosts. For educational institutions, aiming to strengthen their connection with the outside world, and which seek to woven innovation in education.