All posts by dock20

Thesis Boostcamp

Op veel hogescholen zien we studenten worstelen met de laatste fase van hun studie: de scriptie. De Thesis Boostcamp is een vijfdaags programma waarin deze studenten worden geholpen een doorbraak te vinden. Het programma heeft een mooie balans tussen inhoudelijk meters maken en (weer) voelen waarvoor je het doet. Zo kunnen ze met motivatie, plezier en trots de laatste fase van hun studie voltooien.

Uitkomsten

De Thesis Boostcamp  is ontworpen vanuit de intentie om het afstuderen van studenten die vastlopen een boost te geven. Dat willen we doen op mooie plek en met elkaar. De gewenste uitkomsten van 5 dagen zijn:

  • Je scriptie is een flinke stap verder
  • Je hebt een persoonlijk en inhoudelijk plan naar het succesvol afronden van je studie
  • Je hebt een persoonlijke visie over je toekomst (na je studie)
  • Je hebt meer motivatie, zelfvertrouwen en plezier in jouw afstuderen.
  • Je hebt concrete handvatten/tools die je verder helpen
  • Je bent onderdeel van een peer circle van medestudenten om elkaar verder te helpen

Programma

Het programma heeft drie lagen:

  • Inhoud: tijdens de 5 dagen kunnen studenten toegewijd werken aan hun scriptie.
  • Persoonlijk: tijdens de 5 dagen helpen we studenten om te te doorbreken wat hun blokkeert in het afronden van hun scriptie (denk aan eenzaamheid, zelfvertrouwen en angst).
  • Community: tijdens de 5 dagen ondersteunen studenten elkaar en vinden ze maatjes die hen na de Thesis Boostcamp blijven stimuleren en ondersteunen.

Interesse?

Neem contact op met Chris Jan Geugies via 06 – 331 650 21 of chrisjan@dock20.org

Support in the classroom

In addition to our courses Your Ideal Classroom and Learning Experience Design, Dock20 supports schools there where it actually happens: the classroom. We help teachers to design new programs and guide teams in introducing innovative educational concepts.

Also, we assist teachers in designing meaningful learning experiences (courses, minors, etc.) that will leave a big impact on your students and boost their study progress.

What happens if Social Studies students feel what it means to be standing in the shoes of a homeless client? What if Law students experience the world behind legislation? And what if students see, feel and experience  what it essentially means to be a practitioner of their future profession?

Need help to give shape to new ideas about education? Let’s have a cup of coffee and explore where Dock20 can help.

Summerschool

What is it?

Leadership for Sustainable Innovations (LSI) is a two-week (4.0 ECTS), international summer school, which aims at equipping participants with hands-on, innovative problem-solving skills in the field of sustainability. In this two-week journey, the students are assigned to tackle a sustainability challenge for a real assignment provider.  LSI’s methodology is based on  the principles of the Theory U (by Otto Scharmer) and offers participants a three-fold learning experience where head, hands and heart are combined.

For whom?

For students with ambitions, who are interested to learn during summer in an international group, to puzzle and renew themselves in the field of sustainable innovation.

Minor Exploring Leadership

What is it?

An intensive minor program of 15 ECTS, where (international) students explore the latest leadership theories (head), reflect on their personal leadership (heart) and where they work in project teams on real live assignments from local assignment providers (hands). 35 students of the The Hague University of Applied Sciences scored this program with 9 out of 10!

For whom:

Students who are aware that they can make a difference with their talents. This program could also be interesting for program coordinators who need to add an (international/English) course to their program. The basis of the program is fully developed and can be adapted to any wish or program.

Hack Your Education

What is it?

In Hack Your Education, students will embark on a journey of self discovery to identify and design a vision and strategy for their coming years of education. Students will discover their own “Hero’s Journey” by developing a unique and exciting strategy for how they will become the thought leader in their field by the time they graduate.

“Hacking Your Education is an approach not being taught in most schools, but it makes all the difference. With a clear vision in mind students are filled with passion and gain clear direction for the trajectory of their future.” Jonathan Fritzler

For whom?

This course is designed for university students in their first and second year of school, and is an optional course offered during the fall semester. It is designed to assist students in utilizing methods and materials to integrate innovative and entrepreneurial practices into the design process of their personal learning plan.

For more information about the book we use this student guide

Walk your Talk 

What is it?

A learning journey of 5 days, 20 students, professional coaches, a provocative and in-depth program, exciting locations, meetings, confrontations.
Walk Your Talk is about personal leadership: about shaping your own life and he will and courage to sail your own race.

For whom:

Students who want to spend a week discovering their learning goals and aspirations for their future prior their study.

Ontwerpen van betekenisvol onderwijs | 5 tips voor docenten

En in dit onderwijssysteem zit een grote uitdaging: terwijl we leiders wensen -studenten die eigenaarschap nemen over hun eigen leren en ontwikkeling en hun creativiteit ontwikkelen- creëert het onderwijssysteem nog te vaak volgers. Dit ondanks prachtige programma’s en goedwillende docenten. Ik denk dat de oorzaak hiervan ligt in 3 gebieden.

  1. systemisch. Het huidige onderwijssysteem heeft zijn wortels in de industriële revolutie. Het systeem is sindsdien qua inrichting niet wezenlijk veranderd. Eén van Sir Ken Robinson’s stellige uitspraken is dat het huidige onderwijssysteem de vanzelfsprekende aanwezige creativiteit bij kinderen doodt. (zie hier zijn TED-talk over dit onderwerp).
  2. cultureel. Al werkt de docent niet meer zo geïsoleerd als vroeger, ik zie nog steeds geen vanzelfsprekende cultuur waarbij docenten van en met elkaar leren en het onderwijs co-creëren. Ook de relatie tussen docent en student is vaak nog hiërarchisch: de docent als expert en de student als leek.
  3. inhoudelijk. In gesprekken met docenten in het hoger onderwijs, hoor ik een grote wens om meer kennis te krijgen van het ontwerpen van goede en betekenisvolle leerprocessen. De huidige (post-)initiële lerarenopleidingen besteden veelal op fragmentarische wijze aandacht aan curriculumontwerpvaardigheden (Nieveen & van der Hoeven, 2011). In het actieplan van het Ministerie van OC&W “Leraar 2020-Een krachtig beroep” wordt dan ook de wens geuit om de ontwikkelvaardigheden van leraren te versterken.

Elk van deze gebieden is een verdieping waard. Ik heb ervoor gekozen om in dit artikel vooral in te gaan op het laatste: Hoe ontwerpen we betekenisvolle onderwijsprogramma’s? Ik denk dat de sleutel voor goed onderwijs ligt in het ontwerpen van programma’s die de student uitdaagt om zichzelf te leren kennen en zo te ontdekken wat zijn leervragen zijn. Dit beeld staat haaks op het frontale onderwijs dat we allemaal zo goed kennen.

Al die stemmen!

Ik denk hierover na zittend in het prachtige regenwoud van het Braziliaanse eiland Ilha Grande. Tijdens deze reis gun ik mezelf sinds lange tijd de ruimte om inspiratie op te doen en me te bezinnen. Ik merkte tijdens de eerste week van mijn reis dat ik weerstand voelde. Ik voelde me schuldig dat ik de tijd voor mezelf nam. Ik heb mezelf aangeleerd dat ik mezelf nuttig moet maken. En dat was ik hier niet aan het doen. Toen deze stem na een tijdje naar de achtergrond verdween en ik echt kon gaan genieten, ben ik deze en andere stemmen en overtuigingen gaan onderzoeken. We zitten er vol mee! “Je moet jezelf nuttig maken, je gedragen, niet teveel spelen, niet je gevoelens tonen”, etc. Allemaal stemmen die we ons hebben eigengemaakt, uiteindelijk om geaccepteerd te worden en mee te kunnen doen in de maatschappij. Ik zeg hiermee niet dat deze stemmen niet behulpzaam zijn. Integendeel, ze kunnen heel nuttig zijn in onze interactie met anderen en in specifieke situaties. Maar als een stem een overtuiging wordt, doen we een deur in onszelf dicht en maken we onze comfort-zone weer een beetje kleiner.

Where the magic happens

Het onderwijssysteem werkt -vaak onbewust- mee om nog meer deuren te sluiten: studenten mogen meestal niet te creatief omgaan met opdrachten, ze mogen vaak slechts op één manier laten zien dat ze het geleerde beheersen en het wordt niet altijd op prijs gesteld dat ze de aangeboden kennis ter discussie stellen. Studenten hebben goed geleerd om zich te conformeren aan dit systeem, omdat het de enige manier is waarop ze de eindstreep kunnen halen. De paradox is dat de wereld waarin ze na hun studie terecht komen vaak juist vraagt om mensen die breed denken, ondernemend zijn en zich minder conformeren.

Onderstaande afbeelding ken je wellicht: Er ligt een belangrijke taak voor het onderwijs om de kaders (weer) te helpen oprekken en zo de comfort-zone gróter te maken, zodat die magie weer onderdeel wordt van het dagelijks leven.

 

Het repertoire aan denkrichtingen en invalshoeken van onze studenten wordt zo groter. Studenten durven creatiever om te gaan met opdrachten, kunnen omgaan met conflictsituaties en laten meer eigenheid en eigenaarschap zien.

Dit vraagt om een ander ontwerp van onderwijsprogramma’s. Ik denk ook dat er meer moed voor nodig is, zowel voor de docent als voor de student. Maar het onderwijs wordt er rijker van en spannender door!

Verwelkom conflict en spel

Ik was onlangs deelnemer van de driedaagse training “Art & craft of facilitating learning spaces” bij Kaos-pilots (KP), een bijzondere business-school in Aarhus, Denemarken. KP is niet bang is om onconventionele wegen in te slaan als het gaat om onderwijsontwerp. Wat me bij de training op dag één al opviel is dat we moedwillig in conflictsituaties werden gebracht door middel van zogenaamde serious games. Er moest een gezamenlijke opdracht worden volbracht, maar iedereen had andere (geheime) instructies gekregen. Ik betrapte mezelf op frustraties richting een aantal van mijn teamgenoten. En ik was niet de enige. Na enige tijd won het groepsbelang -het volbrengen van de opdracht- en konden we over onze onvolkomenheden heenstappen. En belangrijker: er van leren door te reflecteren op het proces, elkaar en vooral onszelf. En ik besefte: Hier ligt de kiem voor zelfontwikkeling en leren.

Ik wilde dit verder onderzoeken en heb een alumnus van KP, Aurimas Razanauskas (Litouwen) geïnterviewd en gevraagd naar de rol van conflict binnen het onderwijs. Volgens hem is de kracht van KP dat je leert te navigeren tussen het mooie dat het leven te bieden heeft en moeilijke situaties die ook op je pad komen. “If you successfully go through tough times, you feel even better connected than before, both with yourself and the world”.

Hoe ontwerpen we betekenisvolle onderwijsprogramma’s?

Learning Experience Design (LX-design) is het proces dat de lerende in staat stelt om de leerdoelen te halen op een human centered en doelgerichte manier”. De student staat dus altijd centraal bij het ontwerp van een leerervaring. Op dit vlak kunnen we het curriculum van ons onderwijs enorm verbeteren. LX-design geeft een compleet beeld van hoe een goed ontwerp bijdraagt aan transformerend leren.

 

Ook in het model met Curriculumcomponenten, gevisualiseerd als een samenhangend spinnenweb (van den Akker, 2003), staat de student centraal en wordt in het centrum de vraag gesteld: ‘Waartoe leren zij?’, de bekende ‘waarom’-vraag. Alle andere componenten volgen uit deze vraag.

Mijn favoriete methode om een leerproces te ontwerpen is vanuit het model ‘Learning Arches’, ontwikkeld door Kaos Pilots. Het model gaat uit van Back-casting, waarbij het profiel centraal staat van de student die succesvol het programma afrondt. Deze student wordt beschreven aan de hand van kennis, vaardigheden en houding. Ditzelfde wordt gedaan voor de instromer. Het verschil tussen beide profielen wordt overbrugt door een cursus, les of curriculum, weergegeven door een boog met een centrale vraag (learning-arch). Deze wordt vervolgens onderverdeeld in kleinere bogen, ieder met een overkoepelende vraag, die samen de centrale vraag beantwoorden. Als je verder inzoomt wordt nagedacht over werk- en toetsvormen, die passen bij de overkoepelende vragen. Het voordeel van deze methode is dat alle onderdelen van een cursus integraal wordt ontworpen en dat de output van de ene boog input voor de volgende is.

 

 

Ik rond het artikel af met een vijftal bevindingen en tips uit mijn eigen leerproces over dit onderwerp.

  1. Ontwerp integrale programma’s (system thinking). Dit is geen lineair proces en beweegt van abstract (urgentie, principes, doelen) naar concreet (tijdspad, rollen, werkvormen), maar ook van divergerend (brainstormend, verkennend) naar convergerend (concluderend, actiegericht). Door bewust het curriculum onder te verdelen in deelvragen, voorkom je dat je aanbod een verzameling losse cursusonderdelen wordt, zonder goede samenhang.
  2. Beoordeel je studenten op een manier die bijdraagt aan hun leren. Elk onderdeel van het curriculum vraagt om een andere vorm van toetsing. Wees hier creatief in en zorg dat het aansluit bij wat je wilt dat de student leert. Zorg ook dat de toetsing onderdeel is van het leerproces en geen afrekening wordt. Ik ga er in dit artikel niet dieper op in, omdat hier nog een wereld te verkennen is en het meer verdieping verdiend.
  3. Ontwerp transformerende leerervaringen, waarin studenten dingen over zichzelf en de ander ontdekken. Soms betekent dit dat ze moedwillig in ongemakkelijke situaties terecht komen. Bij KP krijgen studenten in het begin van hun leerjaar een opdracht, die ze zonder begeleiding moeten uitvoeren. Ze worden in deze fase in het diepe gegooid en komen zichzelf en elkaar vaak tegen. Het resultaat van de opdracht is meestal niet optimaal. Na de opdracht reflecteren ze en geven ze aan waar ze aan willen werken en wat ze willen leren om het een volgende keer beter te doen. In de tweede fase krijgen ze de kennis die ze nodig hebben aangereikt en krijgen in de derde fase een nieuwe opdracht waarbij ze goed worden begeleid. Hier wordt een enorm snelle leercurve doorlopen, die echter niet altijd gemakkelijk is. En ja, dit kan ook bij de meer cognitieve vakken zoals rechten e.d.
  4. Onderzoek drijfveren van de student. Hoe kun je écht de passie van de student centraal stellen in onderwijsomgevingen met vaak duizenden leerlingen? Met het programma Hack your Education heeft Dock20 hiermee geëxperimenteerd op de Hogeschool Leiden. Studenten hebben onder begeleiding hun drijfveren onderzocht en zijn vervolgens met docenten in gesprek gegaan om deze drijfveren een plek te geven in de projecten die zij moeten uitvoeren. Door de opdracht in overleg met hun docent op onderdelen aan te passen, voelden studenten meer eigenaarschap en bleken ze vaak heel goed in staat om aan de eindtermen van de opdracht te voldoen. Hier kun je het artikel van Chris Jan Geugies lezen over dit project.
  5. Reflecteer met je studenten. Ons onderwijssysteem is enorm gefocust op het resultaat, terwijl leren vaak in het proces gebeurt. Ik pleit daarom voor regelmatig reflecteren door middel van journaling en mid-way evaluaties en het uitbreiden van ons reflectie-repertoire. Je kunt studenten op regelmatige momenten vragen om voor zichzelf een aantal vragen te beantwoorden. Bijvoorbeeld: Wat leer ik in dit proces over mezelf? wat zou ik een volgende keer anders willen doen? Wat leer ik over samenwerken? Welke kwaliteit in mezelf wil ik versterken? etc. Meestal geef ik de studenten 5 reflectievragen, die ze in 5 tot 10 minuten individueel beantwoorden. Het is een moment waarop ze naar binnengaan en zich (weer) verbinden met hun leervraag.

 

Tot slot
Onderwijs gaat volgens mij voor een belangrijk gedeelte over het vergroten en verrijken van de comfort zone van studenten. Over het stimuleren van eigenaarschap van het eigen leren en de eigen ontwikkeling. Over de kunst van stevig en toegerust in het leven staan. Over in contact komen met de magische wereld met een onbevangenheid en zorgeloosheid zoals we dat als kind kenden. Om dit te bereiken moeten we anders naar ons systeem kijken; Andere vragen stellen aan onze studenten; Andere programma’s ontwerpen. Én is de school een veilige plek waarin studenten dit zelfonderzoek met elkaar kunnen aangaan.

Wat ik écht leerde van 5 jaar docentschap

Mijn onderwijsverhaal over twijfels, hoop en overtuiging

Aanvankelijk was die vraag eenvoudig beantwoord. Voor mij is Leiden namelijk de plek geweest waar ik de techniek van het doceren onder de knie heb gekregen. Ik heb geleerd hoe je een klas een goede instructie geeft. Over hoe je activerend lesgeeft. Hoe je studenten goed begeleidt bij stage en scriptie. En hoe je een valide en betrouwbaar tentamen maakt.

Ergens in de bergen van Thailand zette ik deze docentvaardigheden op papier. Maar toen ik de laatste punt had gezet, merkte ik dat er iets ontbrak. Ondanks dat ik alle vaardigheden die ik me eigen had gemaakt op een rijtje had gezet, voelde het stuk onvolledig.

Dus stelde ik mezelf nogmaals de vraag. Wat heb ik nu écht geleerd van vijf jaar docentschap?

Langzamerhand kwam het besef. Het meest essentiële dat ik aan vijf jaar docentschap heb overgehouden is geen kennis of een vaardigheid, maar een overtuiging. En die overtuiging luidt: het kan anders.

Daarvoor moet ik terug naar mijn begintijd als docent.

Het begin

Mijn eerste jaar als docent was pittig. Ik moest me grondig verdiepen in de inhoud van de vakken die ik gaf en bereidde m’n lessen tot in de puntjes voor. Ik wilde namelijk goed voor de dag verschijnen. Veel van mijn vrije tijd ging in de voorbereiding van m’n lessen zitten. Ik wilde mijn werk als docent simpelweg zo goed mogelijk doen.

Na een jaar of twee begon het docentschap te wennen. Ik raakte vertrouwd met de rol die van mij werd verwacht: lesgeven in een klaslokaal, aan groepen van ongeveer 25 studenten, twee uur per week per klas, zeven weken lang, met een tentamen aan het einde. En hoewel die routine prettig was, begon er tegelijkertijd iets te knagen. Dit keer niet of ik de dingen goed deed, maar of ik als docent wel de goede dingen deed.

Van twijfels en hoop…

Want daar kreeg ik twijfels bij. Ik merkte dat ik steeds meer vragen ging stellen over de impact van mijn lessen en de werking van ons onderwijssysteem. Ik vroeg me bijvoorbeeld af waarom er zoveel studenten uitvallen tijdens hun studie. Waarom veel studenten school vaak zien als een plek waar je moet zijn, in plaats van waar je wilt zijn. Waarom veel studenten vaak weinig betrokken zijn en hun studie lijken te ondergaan. En ik vroeg me af waarom ik soms moe en gespannen mijn lessen inging en veel van mijn collega’s met een burn-out thuis kwamen te zitten.

Ik was op zoek naar antwoorden op die vragen. Vooral omdat ik wilde geloven dat onderwijs mooier kan zijn dan wat het nu is, zowel voor student als docent. Ik hoopte dat school een plek zou kunnen zijn waar creativiteit en bevlogenheid het winnen van consumerend studiegedrag. Waar studenten eigen initiatief tonen in plaats van volgzaam van vak naar vak hobbelen. Waar leren en ontwikkelen belangrijker is dan het scoren van studiepunten. Waar een docent geen alwetende bron van kennis hoeft te zijn, maar vooral een bron van inspiratie. Waar studenten hun docenten zien als partners om van te leren in plaats van critici van hun schoolwerk. Ik hoopte kortom dat school een plek is die – meer dan nu – bruist, inspireert en leeft.

… naar overtuiging

Misschien klinkt dat utopisch. Maar in het voorjaar van 2016 werd mijn hoop werkelijkheid. In die periode was ik betrokken bij Hack Your Education: een pilot waarin we onderwijs radicaal anders benaderden. Via negen onconventionele workshops gingen eerstejaars studenten op zoek naar hun passies, interesses en naar wat hen daadwerkelijk drijft. Die persoonlijke inzichten gebruikten studenten om een standaard projectopdracht van hun opleiding te ‘hacken’ door met een alternatief projectvoorstel te komen: een voorstel dat aansluit bij hun persoonlijke drijfveren én waarmee ze voldoen aan de competenties van de opleiding.

Dit bleek voor studenten geen gemakkelijke opgave. Ze hadden grote moeite om los te komen van wat ze altijd gewend waren, namelijk doen wat de docent je voorschrijft. Studenten waren gewend te volgen, terwijl nu eigen initiatief en creativiteit werd gevraagd. Dat is niet makkelijk als je bent grootgebracht in een onderwijssysteem dat dicteert wat, wanneer en met wie je moet leren.

Maar het lukte. En hoe. Zelden heb ik een groep studenten gezien die met zoveel plezier en motivatie aan de slag is gegaan. Studenten leerden ontzettend veel van zichzelf en met elkaar. Ze deden prachtige projecten die van echte betekenis waren. Tijdens het afsluitende evenement van Hack Your Education sprak een moeder van een student me aan. Ze zei: “Ik weet niet precies wat jullie met mijn dochter hebben gedaan, maar ga er alsjeblieft mee door. Ze is zo ontzettend gemotiveerd geraakt, zo heb ik haar nog nooit gezien.”

En nu: actie!

Deze ervaring leverde mij een ontzettend belangrijk inzicht op: de overtuiging dat het écht anders kan. Het leerde mij dat wanneer je de omstandigheden verandert, je ander gedrag terugkrijgt. Ik ben Hogeschool Leiden enorm dankbaar dat ik dat inzicht heb mogen ervaren.

Inmiddels ben ik weer terug in Nederland. Ik heb de Thaise curries en boeddhistische tempels achter me gelaten en ingeruild voor onderwijs in Nederland. Sinds dit collegejaar geef ik parttime les als trainer bij Saxion Hogeschool in mijn eigen stad Deventer. En ik werk als onderwijsvernieuwer met Dock20 aan het onderwijs van morgen.

In beide rollen word ik gedreven door dezelfde vraag: hoe creëren we een ideale omgeving om te leren? In die zoektocht ontmoet ik steeds meer inspirerende en gedreven collega’s die de status qua uitdagen. Jij ook?

Chris Jan Geugies

Docent SJD bij Saxion | Onderwijsvernieuwer Dock20 ( www.dock20.org )

Dock20 Academie

6 maanden
15 gedreven onderwijsprofessionals
1 uitdaging

De uitdaging

Geloof jij dat het anders kan in het onderwijs? Wil jij je lespraktijk echt veranderen? Wil je je horizon over onderwijs en leren verbreden? Doe dan mee met de Dock20 Academie en vergroot de veranderkracht van jou en je onderwijsorganisatie!

In de Dock20 Academie kom je onder professionele begeleiding los van je dagelijkse werk, routines en structuren. Samen met 15 gedreven onderwijsprofessionals ontwikkel je jezelf in onderwijsvernieuwing. Dat doe je door te leren, te ontwerpen, te experimenteren, te falen en te delen. Na 6 maanden heb je jouw ideale leeromgeving gebouwd én heb je energie om een blijvend verschil te maken in het onderwijs.

De opbrengst

Je leert in de Dock20 Academie over innovatieve onderwijsmethodes, ontwerpt nieuwe programma’s én experimenteert daarmee in je eigen klaslokaal. De kracht van de academie is dat de cirkel van kennis, ontwerp, experiment en reflectie zich elke maand herhaalt. Hierdoor wordt jouw onderwijspraktijk steeds beter en creëer je meer impact.

Na 6 maanden heeft de onderwijsprofessional

  • een groter repertoire aan onderwijskundige methodieken, ontwerpmethodes en innovatieve toetsvormen
  • de eigen onderwijspraktijk verbeterd door 2 tot 5 vernieuwingen aan te brengen
  • een netwerk opgebouwd van gelijkgestemden (learning community)
  • een visie ontwikkeld over hoe je op je eigen werkplek onderwijsvernieuwing kan stimuleren
  • tijd genomen om dingen goed te doen en een gave tijd gehad met gedreven collega’s

Na 6 maanden heeft de onderwijsinstelling

  • geïnspireerde en betrokken docenten (change makers).
  • nieuwe kennis over onderwijsvernieuwing, methoden en ontwerp.
  • met zorg ontworpen en uitgeteste onderwijsinnovaties.

De noodzaak

Wij zien een groeiende vraag binnen het onderwijs om het curriculum anders in te richten. Om het meer aan te laten sluiten op het werkveld, de wensen van de studenten en de kracht van docenten. Het ontbreekt aan gedeeld platform, buiten de muren van onderwijsinstellingen, waar geleerd, ontwikkeld en geëxperimenteerd wordt.

Het programma

  • Het programma start met een intensieve tweedaagse masterclass, waarin de benodigde kennis en bouwstenen voor vernieuwend onderwijs worden verzameld.
  • er zijn vijf maandelijkse leerlabs, waar nieuwe projecten en prototypes ontwikkeld worden en de deelnemers worden geprikkeld door onderwijsinnovatoren uit de hele wereld.
  • In de periodes tussen de leerlabs worden de nieuwe ideeën en prototypes uitgetest in het klaslokaal van de deelnemer.
  • Het programma wordt afgesloten met een spetterend onderwijsevenement, waar alle leeropbrengsten en onderwijsontwerpen worden gedeeld met de rest van de wereld.
  • De deelnemers ontmoeten elkaar gedurende het programma tevens in een online omgeving.

De data

Masterclass
29 en 30 november 2017

Leerlabs
17 januari 2018, 14 februari 2018, 21 maart 2018, 18 april 2018, 16 mei 2018

 Afsluitend evenement
7 juni 2018

Voor wie

  • Dit programma is open voor iedereen die een verschil wil maken binnen het onderwijs (WO, HBO, MBO): docenten, teamleiders, onderwijskundigen, onderwijsinnovatoren.
  • Er wordt geen onderscheid gemaakt in opleidingen, we verwelkomen diversiteit.
  • Het is een selectief gezelschap van 12-15 personen.
  • De deelnemer brengt een casus in, waar 6 maanden mee gewerkt kan worden.

Principes

  • We leren met en van elkaar: we werken met de wensen, wijsheid en expertise van de deelnemers.
  • In het programma wordt een balans gezocht tussen leren (hoofd), passie en reflectie (hart) en experimenteren (handen).
  • We gaan een langdurige relatie aan met elkaar en ontwikkelen zo een duurzame leergemeenschap.
  • We maken gebruik van state-of-the-art methodieken en theorieën.
  • We gaan naar buiten: we (be)zoeken inspirerende voorbeelden en plekken als voeding voor ons werk.

Kosten

€ 3.900,00 per deelnemer

Inclusief
8 trainingsdagen, overnachting 29-30 november, maaltijden, studiemateriaal, gastsprekers en excursies.

Exclusief
BTW

Inschrijving

Neem contact op met Diederik Bosscha: 06-28533481 of diederik@dock20.org

 

“Meneer, moeten we dit ook weten voor het tentamen?”

Hoe de cijfercultuur binnen het onderwijs studentmotivatie ondermijnt

 

U bent ontelbare keren becijferd. Dat begon op de basisschool door de juf of meester. Wanneer uw werk voldoende was kreeg u een mooie sticker, bij slecht werk een rode streep. Op de middelbare school ging deze exercitie in andere vorm verder. U kreeg overhoringen, maakte proefwerken en deed examen. En al deze inspanningen werden voorzien van een cijfer. Was uw werk van voldoende niveau, dan werd u beloond met een 5,5 of hoger. Was uw werk onder de maat, dan moest u herkansen.

Overal ter wereld kennen docenten cijfers toe aan hun studenten. In Nederland kennen we daarvoor het systeem van cijfers tussen de 1 en 10, waarbij een 10 uitmuntend is en een 1 zeer slecht. Bij onze zuiderburen kan je eveneens een 10 halen, alleen heb je dan geen uitmuntende prestatie geleverd. Belgische docenten geven namelijk cijfers tussen de 1 en 20. Een 10 betekent dat je net geslaagd bent. Haal je in Oostenrijk als student daarentegen een 1, dan mag je zeer tevreden zijn: in Oostenrijk is een 1 het hoogste cijfer dat je kan halen (op een schaal van 1 tot 6).

De onderwijsfixatie op extrinsieke motivators 

Ondanks de verschillen hebben al deze becijfersystemen één grote overeenkomst: het zijn allen voorbeelden van extrinsieke motivators. Extrinsieke motivatie is een vorm van motivatie die ontstaat vanuit externe prikkels. Die prikkels uiten zich vaak in de vorm van een ‘wortel’ (beloning) of ‘stok’ (straf). In het geval van cijfers: goed werk wordt ‘beloond’ met een hoog cijfer. De student heeft een voldoende gehaald en krijgt daarmee de punten voor het betreffende vak. Studenten die slecht werk afleveren worden ‘gestraft’ met een laag cijfer, geen studiepunten en daarmee de gang naar de herkansing.

En cijfers zijn niet het enige voorbeeld waaruit blijkt dat het onderwijs gefixeerd is op extrinsieke motivatie. Denk ook aan al die andere vormen die door onderwijsinstellingen worden gebruikt, zoals aanwezigheidsplichten (en daarbij behorende straffen), het bindend studieadvies, cum laude regelingen, enzovoorts. Zou ons onderwijssysteem een huis zijn, dan zijn extrinsieke motivators het fundament waarop dat huis gebouwd is.

De schadelijke waarheid achter extrinsieke motivators 

De gedachte achter extrinsieke motivators is erg simpel en daarom ook zo aantrekkelijk: beloon gewenst gedrag en je krijgt er meer van, straf ongewenst gedrag en je krijgt er minder van. Er is alleen één probleem met deze veronderstelling: het klopt niet.

Er zijn tientallen onderzoeken waaruit blijkt dat belonen en straffen averechts werkt. In 1999 zijn in een baanbrekende meta-studie al die onderzoeken over de effecten van extrinsieke motivators met elkaar vergeleken. Dat waren er 128 in totaal. De kraakheldere conclusie van de meta-studie luidde: extrinsieke motivators, doe het niet. De reden: het gaat ten koste van intrinsieke motivatie.

Intrinsieke motivatie is een vorm van motivatie dat vanuit iemand zelf komt. Deze persoon wordt niet gedreven door externe prikkels, maar handelt vanwege de intrinsieke waarde van de activiteit op het moment zelf. Oftewel: bij intrinsieke motivatie gaat het om het spel, bij extrinsieke motivatie om de knikkers.

Intrinsieke motivatie is iets nastrevenswaardigs. Zo vertonen intrinsiek gemotiveerde mensen een hoger concentratieniveau, meer creativiteit, grotere gevoelens van zelfcompetentie en leren ze op een dieper niveau. Maar de wetenschap laat dus zien dat wanneer je mensen blootstelt aan een omgeving van beloningen en straffen, de intrinsieke drive wordt aangetast. Dit dodelijke effect merken duizenden docenten dagelijks in hun klas. En het komt het beste tot uiting in wat docenten ervaren als één van de meest frustrerende vragen van een student: “Meneer, moeten we dit ook weten voor het tentamen?”

Intrinsieke motivatie is geen karaktertrek 

Toch blijven veel onderwijsinstellingen vasthouden aan cijfers, studiepunten en al die andere extrinsieke motivators. Hoe komt dat toch? Waar komt die fixatie op extrinsieke motivatie vandaan? Afgaand op mijn eigen onderwijservaringen, kan ik twee redenen bedenken.

  1. We zijn gewoontedieren. En dus accepteren we vaak de status quo. Cijfers, studiepunten, aanwezigheidsplichten, bindende studieadviezen; we hebben het ‘altijd’ zo gedaan en we kunnen ons daarom geen wereld zonder voorstellen.
  2. De tweede reden laat zich ongeveer samenvatten als: “Maar (sommige van) mijn studenten zijn nu eenmaal niet intrinsiek gemotiveerd, dus moet ik ze wel in beweging krijgen met een wortel of stok”. Extrinsieke motivators zouden in dit geval de enige mogelijkheid zijn om studenten überhaupt te motiveren aan de slag te gaan.

De tweede reden is verontrustender dan de eerste. Het gaat er namelijk vanuit dat intrinsieke motivatie een soort van karaktertrek is: je hebt het of je hebt ’t niet. Alsof sommige studenten zijn geboren met een gezonde hoeveelheid intrinsieke motivatie, terwijl anderen bij geboorte minder goed bedeeld zijn. Intrinsieke motivatie is echter niet een door god gegeven eigenschap dat is voorbehouden aan een selecte groep mensen. Iedereen heeft een intrinsieke drive om te leren, zich te ontwikkelen en verder te komen in het leven. Maar die drive moet wel worden aangewakkerd.

Autonomie, meesterschap en zingeving 

Want intrinsieke motivatie komt niet zomaar uit de lucht vallen. Integendeel. De intrinsieke drive van mensen komt pas naar de oppervlakte wanneer de omstandigheden daarvoor juist zijn. Voortbordurend op een van de meest invloedrijke theorieën die is ontwikkeld over motivatie – de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan – beschrijft Daniel H. Pink in zijn boek Drive wat die omstandigheden zijn. Volgens hem zijn er drie voorwaarden die de intrinsieke motivatie van mensen aanwakkeren. Deze zijn:

  • Autonomie: de behoefte om zelfstandig beslissingen te nemen en keuzes te maken
  • Meesterschap: de drang om steeds beter te worden in de activiteiten die we doen.
  • Zingeving: de wens om bij te dragen en onderdeel te zijn van iets dat groter is dan wijzelf

Ons onderwijs voldoet vaak niet aan deze voorwaarden. Zo is veel onderwijs volledig dichtgetimmerd. Onderwijsinstellingen hebben voor studenten bepaald wat er moet worden geleerd, hoe er wordt geleerd, waar er wordt geleerd en met wie er wordt geleerd. Er is daarmee weinig ruimte voor studenten om autonome beslissingen te nemen en intrinsiek gemotiveerd te raken.

Hetzelfde geldt voor de derde voorwaarde. Veel studenten ervaren weinig zingeving in al het schoolwerk dat zij doen. En dat is niet verwonderlijk. Studenten steken een onvoorstelbaar aantal uren in het maken van tentamens en het schrijven van papers en projecten. En zodra hun werk klaar en beoordeeld is, verdwijnt het ergens in een papierbak. Op die manier dient al het schoolwerk van studenten slechts één enkel doel: cijfers scoren om genoeg punten te verzamelen voor een diploma, een papiertje. En laten we eerlijk zijn: dat motiveert niet écht.

Maar het kan anders. En gelukkig zien we daar steeds meer voorbeelden van. Opleidingen waar studenten geen one-size-fits-all opdrachten krijgen, maar zelf kunnen beslissen hoe ze voldoen aan de doelen van het vak of curriculum (autonomie, zie bijvoorbeeld het project Hack Your Education op Hogeschool Leiden). Leertrajecten waarin niet cijfers, maar persoonlijk ontwikkeling centraal staat (meesterschap, zie bijvoorbeeld het initiatief Breekjaar). En onderwijsinstellingen die fictieve, schoolse opdrachten inruilen voor echte vraagstukken van echte opdrachtgevers (zingeving, zie bijvoorbeeld de minor Exploring Leadership van de Haagse Hogeschool).

Begrijp me niet verkeerd: ik wil geen kruistocht ontketenen tegen extrinsieke motivators. Er zit namelijk waarde in methodes die op extrinsieke wijze studenten motiveren. In het onderwijs is de balans op dit moment echter zoek. Cijfers, studiepunten en al die andere extrinsieke motivators vieren hoogtij, waardoor het aan de voorwaarden ontbreekt om intrinsiek gemotiveerd te raken.

Kortom, laten we ons wat meer bezighouden met het spel en minder met de knikkers.

Wil je doorpraten over het onderwerp van dit artikel? Kom naar de Dock20 MeetUp op woensdag 15 maart 2017. Meld je hier aan!