“Meneer, moeten we dit ook weten voor het tentamen?”

This post was written by Chris Jan Geugies

Overal ter wereld worden studenten beoordeeld door middel van cijfers. Tentamens, papers, scripties; allemaal worden ze voorzien van een cijfer van de docent. Het becijferen van studenten is één van de meest gangbare gebruiken in het onderwijs. En het is tevens één van de meest schadelijke. Lees in dit artikel hoe cijfers – een uiting van extrinsieke motivatie – de intrinsieke motivatie van studenten ondermijnt. En lees wat we in plaats daarvan kunnen doen om die innerlijke drive aan te wakkeren.

Read more..


Hoe de cijfercultuur binnen het onderwijs studentmotivatie ondermijnt

 

U bent ontelbare keren becijferd. Dat begon op de basisschool door de juf of meester. Wanneer uw werk voldoende was kreeg u een mooie sticker, bij slecht werk een rode streep. Op de middelbare school ging deze exercitie in andere vorm verder. U kreeg overhoringen, maakte proefwerken en deed examen. En al deze inspanningen werden voorzien van een cijfer. Was uw werk van voldoende niveau, dan werd u beloond met een 5,5 of hoger. Was uw werk onder de maat, dan moest u herkansen.

Overal ter wereld kennen docenten cijfers toe aan hun studenten. In Nederland kennen we daarvoor het systeem van cijfers tussen de 1 en 10, waarbij een 10 uitmuntend is en een 1 zeer slecht. Bij onze zuiderburen kan je eveneens een 10 halen, alleen heb je dan geen uitmuntende prestatie geleverd. Belgische docenten geven namelijk cijfers tussen de 1 en 20. Een 10 betekent dat je net geslaagd bent. Haal je in Oostenrijk als student daarentegen een 1, dan mag je zeer tevreden zijn: in Oostenrijk is een 1 het hoogste cijfer dat je kan halen (op een schaal van 1 tot 6).

De onderwijsfixatie op extrinsieke motivators 

Ondanks de verschillen hebben al deze becijfersystemen één grote overeenkomst: het zijn allen voorbeelden van extrinsieke motivators. Extrinsieke motivatie is een vorm van motivatie die ontstaat vanuit externe prikkels. Die prikkels uiten zich vaak in de vorm van een ‘wortel’ (beloning) of ‘stok’ (straf). In het geval van cijfers: goed werk wordt ‘beloond’ met een hoog cijfer. De student heeft een voldoende gehaald en krijgt daarmee de punten voor het betreffende vak. Studenten die slecht werk afleveren worden ‘gestraft’ met een laag cijfer, geen studiepunten en daarmee de gang naar de herkansing.

En cijfers zijn niet het enige voorbeeld waaruit blijkt dat het onderwijs gefixeerd is op extrinsieke motivatie. Denk ook aan al die andere vormen die door onderwijsinstellingen worden gebruikt, zoals aanwezigheidsplichten (en daarbij behorende straffen), het bindend studieadvies, cum laude regelingen, enzovoorts. Zou ons onderwijssysteem een huis zijn, dan zijn extrinsieke motivators het fundament waarop dat huis gebouwd is.

De schadelijke waarheid achter extrinsieke motivators 

De gedachte achter extrinsieke motivators is erg simpel en daarom ook zo aantrekkelijk: beloon gewenst gedrag en je krijgt er meer van, straf ongewenst gedrag en je krijgt er minder van. Er is alleen één probleem met deze veronderstelling: het klopt niet.

Er zijn tientallen onderzoeken waaruit blijkt dat belonen en straffen averechts werkt. In 1999 zijn in een baanbrekende meta-studie al die onderzoeken over de effecten van extrinsieke motivators met elkaar vergeleken. Dat waren er 128 in totaal. De kraakheldere conclusie van de meta-studie luidde: extrinsieke motivators, doe het niet. De reden: het gaat ten koste van intrinsieke motivatie.

Intrinsieke motivatie is een vorm van motivatie dat vanuit iemand zelf komt. Deze persoon wordt niet gedreven door externe prikkels, maar handelt vanwege de intrinsieke waarde van de activiteit op het moment zelf. Oftewel: bij intrinsieke motivatie gaat het om het spel, bij extrinsieke motivatie om de knikkers.

Intrinsieke motivatie is iets nastrevenswaardigs. Zo vertonen intrinsiek gemotiveerde mensen een hoger concentratieniveau, meer creativiteit, grotere gevoelens van zelfcompetentie en leren ze op een dieper niveau. Maar de wetenschap laat dus zien dat wanneer je mensen blootstelt aan een omgeving van beloningen en straffen, de intrinsieke drive wordt aangetast. Dit dodelijke effect merken duizenden docenten dagelijks in hun klas. En het komt het beste tot uiting in wat docenten ervaren als één van de meest frustrerende vragen van een student: “Meneer, moeten we dit ook weten voor het tentamen?”

Intrinsieke motivatie is geen karaktertrek 

Toch blijven veel onderwijsinstellingen vasthouden aan cijfers, studiepunten en al die andere extrinsieke motivators. Hoe komt dat toch? Waar komt die fixatie op extrinsieke motivatie vandaan? Afgaand op mijn eigen onderwijservaringen, kan ik twee redenen bedenken.

  1. We zijn gewoontedieren. En dus accepteren we vaak de status quo. Cijfers, studiepunten, aanwezigheidsplichten, bindende studieadviezen; we hebben het ‘altijd’ zo gedaan en we kunnen ons daarom geen wereld zonder voorstellen.
  2. De tweede reden laat zich ongeveer samenvatten als: “Maar (sommige van) mijn studenten zijn nu eenmaal niet intrinsiek gemotiveerd, dus moet ik ze wel in beweging krijgen met een wortel of stok”. Extrinsieke motivators zouden in dit geval de enige mogelijkheid zijn om studenten überhaupt te motiveren aan de slag te gaan.

De tweede reden is verontrustender dan de eerste. Het gaat er namelijk vanuit dat intrinsieke motivatie een soort van karaktertrek is: je hebt het of je hebt ’t niet. Alsof sommige studenten zijn geboren met een gezonde hoeveelheid intrinsieke motivatie, terwijl anderen bij geboorte minder goed bedeeld zijn. Intrinsieke motivatie is echter niet een door god gegeven eigenschap dat is voorbehouden aan een selecte groep mensen. Iedereen heeft een intrinsieke drive om te leren, zich te ontwikkelen en verder te komen in het leven. Maar die drive moet wel worden aangewakkerd.

Autonomie, meesterschap en zingeving 

Want intrinsieke motivatie komt niet zomaar uit de lucht vallen. Integendeel. De intrinsieke drive van mensen komt pas naar de oppervlakte wanneer de omstandigheden daarvoor juist zijn. Voortbordurend op een van de meest invloedrijke theorieën die is ontwikkeld over motivatie – de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan – beschrijft Daniel H. Pink in zijn boek Drive wat die omstandigheden zijn. Volgens hem zijn er drie voorwaarden die de intrinsieke motivatie van mensen aanwakkeren. Deze zijn:

  • Autonomie: de behoefte om zelfstandig beslissingen te nemen en keuzes te maken
  • Meesterschap: de drang om steeds beter te worden in de activiteiten die we doen.
  • Zingeving: de wens om bij te dragen en onderdeel te zijn van iets dat groter is dan wijzelf

Ons onderwijs voldoet vaak niet aan deze voorwaarden. Zo is veel onderwijs volledig dichtgetimmerd. Onderwijsinstellingen hebben voor studenten bepaald wat er moet worden geleerd, hoe er wordt geleerd, waar er wordt geleerd en met wie er wordt geleerd. Er is daarmee weinig ruimte voor studenten om autonome beslissingen te nemen en intrinsiek gemotiveerd te raken.

Hetzelfde geldt voor de derde voorwaarde. Veel studenten ervaren weinig zingeving in al het schoolwerk dat zij doen. En dat is niet verwonderlijk. Studenten steken een onvoorstelbaar aantal uren in het maken van tentamens en het schrijven van papers en projecten. En zodra hun werk klaar en beoordeeld is, verdwijnt het ergens in een papierbak. Op die manier dient al het schoolwerk van studenten slechts één enkel doel: cijfers scoren om genoeg punten te verzamelen voor een diploma, een papiertje. En laten we eerlijk zijn: dat motiveert niet écht.

Maar het kan anders. En gelukkig zien we daar steeds meer voorbeelden van. Opleidingen waar studenten geen one-size-fits-all opdrachten krijgen, maar zelf kunnen beslissen hoe ze voldoen aan de doelen van het vak of curriculum (autonomie, zie bijvoorbeeld het project Hack Your Education op Hogeschool Leiden). Leertrajecten waarin niet cijfers, maar persoonlijk ontwikkeling centraal staat (meesterschap, zie bijvoorbeeld het initiatief Breekjaar). En onderwijsinstellingen die fictieve, schoolse opdrachten inruilen voor echte vraagstukken van echte opdrachtgevers (zingeving, zie bijvoorbeeld de minor Exploring Leadership van de Haagse Hogeschool).

Begrijp me niet verkeerd: ik wil geen kruistocht ontketenen tegen extrinsieke motivators. Er zit namelijk waarde in methodes die op extrinsieke wijze studenten motiveren. In het onderwijs is de balans op dit moment echter zoek. Cijfers, studiepunten en al die andere extrinsieke motivators vieren hoogtij, waardoor het aan de voorwaarden ontbreekt om intrinsiek gemotiveerd te raken.

Kortom, laten we ons wat meer bezighouden met het spel en minder met de knikkers.

Wil je doorpraten over het onderwerp van dit artikel? Kom naar de Dock20 MeetUp op woensdag 15 maart 2017. Meld je hier aan! 

Contact ▸ Chris Jan Geugies