Ontwerpen van betekenisvol onderwijs | 5 tips voor docenten

This post was written by Diederik Bosscha

Ik begin mijn verhaal 30 jaar terug in de tijd. Toen ik een jaar of 10 was, waren mijn vrienden en ik hele dagen buiten te vinden. We beleefden avonturen, die we deels zelf creëerden. Zo herinner ik me dat ik een spel bedacht waarbij mijn vrienden antwoorden moesten geven op moeilijke vragen. Vervolgens kregen ze een aanwijzing waarmee ze een bepaald voorwerp konden vinden, ergens in de wijk waar we woonden en gingen ze naar het volgende level. Dit kon de hele middag doorgaan, omdat het spel vele lagen en uitdagingen had. Tijdens deze middagen waren we samen aan het leren, we ontdekten dat we elkaar nodig hadden om verder te komen en we hadden de tijd van ons leven.

Nu, ruim 30 jaar later doe ik nog steeds hetzelfde: het ontwerpen van betekenisvolle leerervaringen. Het enige verschil is dat ik nu werk met volwassenen en binnen de kaders van het onderwijssysteem. 

Read more..


En in dit onderwijssysteem zit een grote uitdaging: terwijl we leiders wensen -studenten die eigenaarschap nemen over hun eigen leren en ontwikkeling en hun creativiteit ontwikkelen- creëert het onderwijssysteem nog te vaak volgers. Dit ondanks prachtige programma’s en goedwillende docenten. Ik denk dat de oorzaak hiervan ligt in 3 gebieden.

  1. systemisch. Het huidige onderwijssysteem heeft zijn wortels in de industriële revolutie. Het systeem is sindsdien qua inrichting niet wezenlijk veranderd. Eén van Sir Ken Robinson’s stellige uitspraken is dat het huidige onderwijssysteem de vanzelfsprekende aanwezige creativiteit bij kinderen doodt. (zie hier zijn TED-talk over dit onderwerp).
  2. cultureel. Al werkt de docent niet meer zo geïsoleerd als vroeger, ik zie nog steeds geen vanzelfsprekende cultuur waarbij docenten van en met elkaar leren en het onderwijs co-creëren. Ook de relatie tussen docent en student is vaak nog hiërarchisch: de docent als expert en de student als leek.
  3. inhoudelijk. In gesprekken met docenten in het hoger onderwijs, hoor ik een grote wens om meer kennis te krijgen van het ontwerpen van goede en betekenisvolle leerprocessen. De huidige (post-)initiële lerarenopleidingen besteden veelal op fragmentarische wijze aandacht aan curriculumontwerpvaardigheden (Nieveen & van der Hoeven, 2011). In het actieplan van het Ministerie van OC&W “Leraar 2020-Een krachtig beroep” wordt dan ook de wens geuit om de ontwikkelvaardigheden van leraren te versterken.

Elk van deze gebieden is een verdieping waard. Ik heb ervoor gekozen om in dit artikel vooral in te gaan op het laatste: Hoe ontwerpen we betekenisvolle onderwijsprogramma’s? Ik denk dat de sleutel voor goed onderwijs ligt in het ontwerpen van programma’s die de student uitdaagt om zichzelf te leren kennen en zo te ontdekken wat zijn leervragen zijn. Dit beeld staat haaks op het frontale onderwijs dat we allemaal zo goed kennen.

Al die stemmen!

Ik denk hierover na zittend in het prachtige regenwoud van het Braziliaanse eiland Ilha Grande. Tijdens deze reis gun ik mezelf sinds lange tijd de ruimte om inspiratie op te doen en me te bezinnen. Ik merkte tijdens de eerste week van mijn reis dat ik weerstand voelde. Ik voelde me schuldig dat ik de tijd voor mezelf nam. Ik heb mezelf aangeleerd dat ik mezelf nuttig moet maken. En dat was ik hier niet aan het doen. Toen deze stem na een tijdje naar de achtergrond verdween en ik echt kon gaan genieten, ben ik deze en andere stemmen en overtuigingen gaan onderzoeken. We zitten er vol mee! “Je moet jezelf nuttig maken, je gedragen, niet teveel spelen, niet je gevoelens tonen”, etc. Allemaal stemmen die we ons hebben eigengemaakt, uiteindelijk om geaccepteerd te worden en mee te kunnen doen in de maatschappij. Ik zeg hiermee niet dat deze stemmen niet behulpzaam zijn. Integendeel, ze kunnen heel nuttig zijn in onze interactie met anderen en in specifieke situaties. Maar als een stem een overtuiging wordt, doen we een deur in onszelf dicht en maken we onze comfort-zone weer een beetje kleiner.

Where the magic happens

Het onderwijssysteem werkt -vaak onbewust- mee om nog meer deuren te sluiten: studenten mogen meestal niet te creatief omgaan met opdrachten, ze mogen vaak slechts op één manier laten zien dat ze het geleerde beheersen en het wordt niet altijd op prijs gesteld dat ze de aangeboden kennis ter discussie stellen. Studenten hebben goed geleerd om zich te conformeren aan dit systeem, omdat het de enige manier is waarop ze de eindstreep kunnen halen. De paradox is dat de wereld waarin ze na hun studie terecht komen vaak juist vraagt om mensen die breed denken, ondernemend zijn en zich minder conformeren.

Onderstaande afbeelding ken je wellicht: Er ligt een belangrijke taak voor het onderwijs om de kaders (weer) te helpen oprekken en zo de comfort-zone gróter te maken, zodat die magie weer onderdeel wordt van het dagelijks leven.

 

Het repertoire aan denkrichtingen en invalshoeken van onze studenten wordt zo groter. Studenten durven creatiever om te gaan met opdrachten, kunnen omgaan met conflictsituaties en laten meer eigenheid en eigenaarschap zien.

Dit vraagt om een ander ontwerp van onderwijsprogramma’s. Ik denk ook dat er meer moed voor nodig is, zowel voor de docent als voor de student. Maar het onderwijs wordt er rijker van en spannender door!

Verwelkom conflict en spel

Ik was onlangs deelnemer van de driedaagse training “Art & craft of facilitating learning spaces” bij Kaos-pilots (KP), een bijzondere business-school in Aarhus, Denemarken. KP is niet bang is om onconventionele wegen in te slaan als het gaat om onderwijsontwerp. Wat me bij de training op dag één al opviel is dat we moedwillig in conflictsituaties werden gebracht door middel van zogenaamde serious games. Er moest een gezamenlijke opdracht worden volbracht, maar iedereen had andere (geheime) instructies gekregen. Ik betrapte mezelf op frustraties richting een aantal van mijn teamgenoten. En ik was niet de enige. Na enige tijd won het groepsbelang -het volbrengen van de opdracht- en konden we over onze onvolkomenheden heenstappen. En belangrijker: er van leren door te reflecteren op het proces, elkaar en vooral onszelf. En ik besefte: Hier ligt de kiem voor zelfontwikkeling en leren.

Ik wilde dit verder onderzoeken en heb een alumnus van KP, Aurimas Razanauskas (Litouwen) geïnterviewd en gevraagd naar de rol van conflict binnen het onderwijs. Volgens hem is de kracht van KP dat je leert te navigeren tussen het mooie dat het leven te bieden heeft en moeilijke situaties die ook op je pad komen. “If you successfully go through tough times, you feel even better connected than before, both with yourself and the world”.

Hoe ontwerpen we betekenisvolle onderwijsprogramma’s?

Learning Experience Design (LX-design) is het proces dat de lerende in staat stelt om de leerdoelen te halen op een human centered en doelgerichte manier”. De student staat dus altijd centraal bij het ontwerp van een leerervaring. Op dit vlak kunnen we het curriculum van ons onderwijs enorm verbeteren. LX-design geeft een compleet beeld van hoe een goed ontwerp bijdraagt aan transformerend leren.

 

Ook in het model met Curriculumcomponenten, gevisualiseerd als een samenhangend spinnenweb (van den Akker, 2003), staat de student centraal en wordt in het centrum de vraag gesteld: ‘Waartoe leren zij?’, de bekende ‘waarom’-vraag. Alle andere componenten volgen uit deze vraag.

Mijn favoriete methode om een leerproces te ontwerpen is vanuit het model ‘Learning Arches’, ontwikkeld door Kaos Pilots. Het model gaat uit van Back-casting, waarbij het profiel centraal staat van de student die succesvol het programma afrondt. Deze student wordt beschreven aan de hand van kennis, vaardigheden en houding. Ditzelfde wordt gedaan voor de instromer. Het verschil tussen beide profielen wordt overbrugt door een cursus, les of curriculum, weergegeven door een boog met een centrale vraag (learning-arch). Deze wordt vervolgens onderverdeeld in kleinere bogen, ieder met een overkoepelende vraag, die samen de centrale vraag beantwoorden. Als je verder inzoomt wordt nagedacht over werk- en toetsvormen, die passen bij de overkoepelende vragen. Het voordeel van deze methode is dat alle onderdelen van een cursus integraal wordt ontworpen en dat de output van de ene boog input voor de volgende is.

 

 

Ik rond het artikel af met een vijftal bevindingen en tips uit mijn eigen leerproces over dit onderwerp.

  1. Ontwerp integrale programma’s (system thinking). Dit is geen lineair proces en beweegt van abstract (urgentie, principes, doelen) naar concreet (tijdspad, rollen, werkvormen), maar ook van divergerend (brainstormend, verkennend) naar convergerend (concluderend, actiegericht). Door bewust het curriculum onder te verdelen in deelvragen, voorkom je dat je aanbod een verzameling losse cursusonderdelen wordt, zonder goede samenhang.
  2. Beoordeel je studenten op een manier die bijdraagt aan hun leren. Elk onderdeel van het curriculum vraagt om een andere vorm van toetsing. Wees hier creatief in en zorg dat het aansluit bij wat je wilt dat de student leert. Zorg ook dat de toetsing onderdeel is van het leerproces en geen afrekening wordt. Ik ga er in dit artikel niet dieper op in, omdat hier nog een wereld te verkennen is en het meer verdieping verdiend.
  3. Ontwerp transformerende leerervaringen, waarin studenten dingen over zichzelf en de ander ontdekken. Soms betekent dit dat ze moedwillig in ongemakkelijke situaties terecht komen. Bij KP krijgen studenten in het begin van hun leerjaar een opdracht, die ze zonder begeleiding moeten uitvoeren. Ze worden in deze fase in het diepe gegooid en komen zichzelf en elkaar vaak tegen. Het resultaat van de opdracht is meestal niet optimaal. Na de opdracht reflecteren ze en geven ze aan waar ze aan willen werken en wat ze willen leren om het een volgende keer beter te doen. In de tweede fase krijgen ze de kennis die ze nodig hebben aangereikt en krijgen in de derde fase een nieuwe opdracht waarbij ze goed worden begeleid. Hier wordt een enorm snelle leercurve doorlopen, die echter niet altijd gemakkelijk is. En ja, dit kan ook bij de meer cognitieve vakken zoals rechten e.d.
  4. Onderzoek drijfveren van de student. Hoe kun je écht de passie van de student centraal stellen in onderwijsomgevingen met vaak duizenden leerlingen? Met het programma Hack your Education heeft Dock20 hiermee geëxperimenteerd op de Hogeschool Leiden. Studenten hebben onder begeleiding hun drijfveren onderzocht en zijn vervolgens met docenten in gesprek gegaan om deze drijfveren een plek te geven in de projecten die zij moeten uitvoeren. Door de opdracht in overleg met hun docent op onderdelen aan te passen, voelden studenten meer eigenaarschap en bleken ze vaak heel goed in staat om aan de eindtermen van de opdracht te voldoen. Hier kun je het artikel van Chris Jan Geugies lezen over dit project.
  5. Reflecteer met je studenten. Ons onderwijssysteem is enorm gefocust op het resultaat, terwijl leren vaak in het proces gebeurt. Ik pleit daarom voor regelmatig reflecteren door middel van journaling en mid-way evaluaties en het uitbreiden van ons reflectie-repertoire. Je kunt studenten op regelmatige momenten vragen om voor zichzelf een aantal vragen te beantwoorden. Bijvoorbeeld: Wat leer ik in dit proces over mezelf? wat zou ik een volgende keer anders willen doen? Wat leer ik over samenwerken? Welke kwaliteit in mezelf wil ik versterken? etc. Meestal geef ik de studenten 5 reflectievragen, die ze in 5 tot 10 minuten individueel beantwoorden. Het is een moment waarop ze naar binnengaan en zich (weer) verbinden met hun leervraag.

 

Tot slot
Onderwijs gaat volgens mij voor een belangrijk gedeelte over het vergroten en verrijken van de comfort zone van studenten. Over het stimuleren van eigenaarschap van het eigen leren en de eigen ontwikkeling. Over de kunst van stevig en toegerust in het leven staan. Over in contact komen met de magische wereld met een onbevangenheid en zorgeloosheid zoals we dat als kind kenden. Om dit te bereiken moeten we anders naar ons systeem kijken; Andere vragen stellen aan onze studenten; Andere programma’s ontwerpen. Én is de school een veilige plek waarin studenten dit zelfonderzoek met elkaar kunnen aangaan.